Tovenaarsleerling

Erkan | 20-11-2015

Er is door de gemeente Baarn geen uitgebreid onderzoek gedaan naar de effecten en risico’s van het scheiden van riool- en hemelwater. In 2008 is een kaart opgesteld waarop de afkoppelkansen in Baarn in beeld zijn gebracht. Nu de gemeente de bodeminfiltratie met regenwater op korte termijn wil gaan uitvoeren, heeft de BOP schriftelijke vragen gesteld naar de neveneffecten en risico’s van deze operatie. Voor een goed begrip: De BOP erkent de beschreven voordelen van bodeminfiltratie. Maar de nadelen, is daar wel goed naar gekeken? De beantwoording van de door de BOP gestelde vragen doet het ergste vrezen.

Want nader onderzoek wijst uit  dat 1) bodeminfiltratie met regenwater binnen Nederland nog veel te kort en op veel te kleine schaal plaats heeft om te kunnen aantonen wat de onderliggende effecten op grondwaterspiegel en grondwaterstromen kunnen zijn; en 2) ook al zou de grondwaterstand en bodemgesteldheid in grote delen van Baarn geschikt zijn voor bodeminfiltratie, dan nog is het zo dat het water wel door de grond naar de polder of De Eem moet afvloeien. Van belang daarbij is het totale gebied in de uitstroomrichting waarheen het extra water zich over een periode van enkele tientallen jaren gaat verplaatsen. Verplaatsing van water via de grondwaterstroom naar het oppervlaktewater verloopt echter bijzonder traag en door kleibodems en funderingen zelfs vrijwel niet! Maar ook door goed geleidende zandgrond zal grondwater niet meer dan één meter per week uitstromen, terwijl er bij een gemiddelde jaarlijkse neerslag van zo’n 760 mm, een bodeminfiltratie plaatsvindt met een constante aanvoer van 760 liter regenwater per jaar voor elke afgevangen vierkante meter.

Het uitstroomfront van Baarn – vanaf de vijvers van Groeneveld tot aan de Praamgracht – dus daar waar het grondwater de oppervlakte bereikt, bedraagt gemeten langs Drakenburger-/Geeren- en Bestevaerweg 5600 meter. Helaas is dit het gebied waar op een aantal plaatsen kleibanken in de bodem liggen en waar soms nu al grondwaterproblemen optreden. M.a.w. een verkleining van de lengte van het uitstroomfront en een grote kans op problemen op langere termijn bij een verhoogde aanvoer van grondwater. In bepaalde delen van Baarn is bodeminfiltratie niet haalbaar vanwege de grondwaterstand en bodemgesteldheid.  Volgens de BOP is het naar aanleiding van het bovenstaande hoog tijd voor aanvullend onderzoek naar de verhouding tussen het aantal kubieke meters dat de gemeente verwacht te infiltreren en de lengte waarover het grondwater normaal kan uitstromen en de daaraan verbonden uitstroomcapaciteit. Ook zou nu al gekeken moeten worden of trajecten door groengordels in het uitstroomgebied vrij gemaakt kunnen worden voor bovengrondse afvoer vergelijkbaar met de sprengbeken door Apeldoorn of eventuele andere oplossingen.

Er zullen vele jaren verstrijken voor de ongewenste effecten zich zullen manifesteren, maar dat betekent voor de BOP niet ‘wie dan leeft, wie dan zorgt’. Voor het zover is stellen wij voor: neem nú uw verantwoordelijkheid opdat Baarn ook in de toekomst gevrijwaard zal blijven van grondwateroverlast door een zorgvuldige en beheerste omgang met de specifiek Baarnse problematiek die samenhangt met de bodeminfiltratie van regenwater. Het mag helder zijn, dat er een verband is tussen de toename van bodeminfiltratie met regenwater én de stijging van de grondwaterspiegel, met mogelijk – in bepaalde delen van Baarn –  grondwateroverlast tot gevolg.