Sporten op rubbergranulaat wel degelijk gevaarlijk

In de afgelopen jaren heeft de BOP bij herhaling gewezen op het gezondheidsgevaar dat sporten op met rubbergranulaat ingestrooide sportvelden met zich meebrengt. De meerderheid van de gemeenteraad wuifde onze bezwaren steeds weg en bagatelliseerde (inter)nationale onderzoeken die wezen op de gesignaleerde gevaren en sprak van onderbuikgevoelens en paniekvoetbal. Men bleef blind varen op de conclusies van RIVM die overigens met het voortschrijden van de tijd behoorlijk werden bijgesteld. Zo stelde het RIVM in 2018 samen met het Europese agentschap voor chemische stoffen voor het maximaal toegestane gehalte aan kankerverwekkende PAK’s in kunstgraskorrels drastisch te verlagen. De Utrechtse hoogleraar toxicologie Martin van den Berg van de Universiteit Utrecht noemde de gang van zaken toen wrang: “Anderhalf jaar lang riep het RIVM dat rubbergranulaat volledig veilig was en nu stelt ze voor de norm 65 keer te verlagen.” Voor het gemeentebestuur vormde de nieuwe conclusies overigens geen aanleiding om nog eens kritisch te kijken naar het gebruik van met gemalen autobanden ingestrooide sportvelden.

Vandaag meldt het VARA/BNN onderzoeksprogramma Zembla dat uit nieuw promotieonderzoek    van chemicus Ewa Skoczynska van de Vrije Universiteit Amsterdam (UVA) blijkt, dat er nog veel meer schadelijke en kankerverwekkende stoffen in de rubberkorrels van kunstgrasvelden te zitten dan tot nu toe werd aangenomen. Bovendien lekt een aantal van die stoffen makkelijker weg dan de al bekende schadelijke stoffen in rubbergranulaat. Hoogleraar milieuchemie en toxicologie Jacob de Boer van de UVA vindt dat met deze bevindingen de huidige normen voor rubbergranulaat veel strenger moeten.

Het verleden heeft ons geleerd dat het stellen van vragen aan het college over dit onderwerp en/of het indienen van moties niet hebben geleid tot andere gedachten aangaande de schadelijkheid van het rubbergranulaat op sportvelden. Mocht een van de andere gemeenteraadsfracties en/of het college van burgemeester van wethouders met de wetenschap van nu dit probleem alsnog willen tackelen en met passende voorstellen op de proppen komen dan kan er zeker op onze steun worden gerekend.