Onzekerheid over rubberkorrels op sportvelden niet weggenomen

VoorBaarn was er gisteren, als verklaard tegenstander van het verwijderen van rubbergranulaat van sportvelden, als de kippen bij de voorstanders van het ruimen van de gemalen autobanden te wijzen op ‘gedegen’ Amerikaans onderzoek, waaruit zou blijken dat er geen relatie bestaat tussen sporten op rubbergranulaat en gezondheid. Het AD berichtte hierover. Een nadere kijk op het Amerikaanse onderzoek leert echter dat daar de nodige vraagtekens bij geplaatst kunnen worden. De hoofdonderzoeker, Archie Bleyer, wordt al geruime tijd door voorstanders van het gebruik van rubbergranuaat, zoals de Synthetic Turf Council en het Nederlandse RecyBEM, geciteerd in pogingen de gezondheidsrisico’s die kleven aan rubberkorrels te relativeren. Het louter op literatuurstudies gebaseerde ‘nieuwe’ onderzoek staat haaks op uitspraken van het International Agency of Cancer  Research (IARC), die de rubberverwerkende industrie wel degelijk duidt als een belangrijke risicogroep voor leukemie. Het is goed te weten dat in tegenstelling tot de onderzoeksmethode van Bleyer het IARC zich wél baseert op epidemiologisch onderzoek. Daaruit blijkt dat zich in rubbergranulaat wel degelijk stoffen bevinden die kankerverwekkend zijn.

De BOP voelt zich op basis van het onderzoek van Bleyer niet genoodzaakt terug te komen op haar standpunt dat het sporten op en spelen met rubbergranulaat gezondheidsrisico’s met zich mee kan brengen. Nog steeds is er sprake van onduidelijkheid m.b.t. de risico’s van het rubbergranulaat voor de gezondheid. Zolang dat zo is, zolang daar twijfel over blijft bestaan, valt er in verband met de gezondheid van sporters voorlopig nog niets te relativeren.

Kees Koudstaal,
fractievoorzitter/lijsttrekker BOP