Meten is weten, maar niet in Baarn!

December vorig jaar behandelde de gemeenteraad een raadsvoorstel dat voorzag in de verplaatsing van het gasontvangstation (GOS) van de Drakenburgwerweg naar de Noordschil. Een en ander is noodzakelijk omdat zorgcentrum De Wiekslag te dicht op het GOS is gebouwd. De afstand tussen De Wiekslag en het GOS bedraagt veertien meter, terwijl de minimale afstand vijfentwintig meter had moeten zijn. Dit kon gebeuren door een gemeentelijke fout bij de afgifte van de bouwvergunning. In het raadsvoorstel werden drie locaties beschreven als mogelijke nieuwe plek voor een GOS. Eén van die locaties, Locatie 2, bleek deels gelegen op het terrein van de voormalige vuilstortplaats de Belt en vanwege de vervuilde bodem niet geschikt. Over de vervuiling meldde het raadsvoorstel: ‘Vanwege de ligging naast de Belt is een bodemonderzoek uitgevoerd om te kunnen beoordelen of deze locatie geschikt is om te bebouwen. Uit dit onderzoek is gebleken dat deze locatie gedeeltelijk deel uit maakt van de voormalige vuilstortplaats. Dat betekent dat de grond ter plaatse waarschijnlijk tot 5m diep, maar in ieder geval tot op de einddiepte van de boringen, i.e. 3,5m, ernstig vervuild is. Het bevoegd gezag, de RUD, beschouwt de grond ter plaatse dan ook niet als ‘bodem’ en er is dus ook geen sprake van ernstige bodemverontreiniging tot op de einddiepte van de boringen.’

Daar waar deze breedspraak helder leek voor de overige raadsfracties vroeg de BOP daarentegen, met in het achterhoofd de geconstateerde bodem- en watervervuiling in 2007, tijdens de informatieraad van december om verduidelijking. Waarom mag vervuilde grond geen bodem genoemd worden? Hoe en wanneer vonden er met het oog op de verplaatsing van het GOS bodemonderzoeken plaats die wezen op ernstige vervuiling? Tien jaar geleden zegde het college toe de situatie ter plaatse scherp in de gaten te zullen houden, hoe vaak zijn de Belt en de Beltvijver in de afgelopen jaren gemonitord? Op de laatste vraag antwoordde verantwoordelijk wethouder De Koning staande de vergadering ‘volmondig’ dat de situatie ter plaatse regelmatig wordt gecontroleerd en dat de raad over de resultaten van die onderzoeken nader schriftelijk zou worden geïnformeerd. Die informatie kwam op 18 december. Met verbazing moesten wij constateren dat die informatie uitsluitend verwees naar de situatie van vóór 2007! Alle reden om het college middels een aantal schriftelijke vragen nader aan de tand te voelen. Zo vroegen wij op welke momenten het grond- en oppervlakte water onder en nabij de Belt, inclusief de Beltvijver, in de afgelopen tien jaar zijn gemonitord en wanneer de laatste inspectie plaatsvond van de beschermende afdeklaag schone grond op de Belt. Uit de beantwoording van het college blijkt dat er in de afgelopen tien jaar totaal geen sprake is geweest van welke monitoring en inspectie dan ook! Het college verwijst naar onderzoeken van meer dan tien jaar geleden en over de in 2010 herstelde beschermlaag wordt gemeld dat het college geen aanleiding zag voor controlerende inspecties…

Locatie 2

De voor het GOS bedachte Locatie 2 ligt voor een groot deel buiten de contouren van de voormalige vuilstortplaats (zie afbeelding). Het feit dat het college in het raadsvoorstel aangeeft dat onderzoek in 2017 laat zien dat de bodem daar ernstig is vervuild, vervult de BOP met grote zorg. Daarom vroegen wij het college aan te geven op welke plekken de bodem binnen Locatie 2 is bemonsterd. Los van het feit dat het college slechts meldt dat er binnen die locatie zes boringen zijn verricht, maar daarbij de boorplekken nièt aangeeft, laat de beantwoording van het college zien dat er in de afgelopen tien jaar van ‘scherp in de gaten houden’ en, zoals de wethouder meldde, van ‘regelmatig monitoren’ al helemaal geen sprake was! Zelfs de in 2017 geconstateerde ernstige vervuiling in de bodem van Locatie 2 vormde voor het college geen aanleiding om de bodem elders rond de Belt en van de Beltvijver nader te laten inspecteren. De BOP vindt dit een onverkwikkelijke zaak. Wij zullen de raad voorstellen de collegeantwoorden op onze vragen te agenderen voor de debatraad van maart. Niet om paniek te zaaien, maar om bij de raad te checken of zij met ons van mening is dat de gemeente hier, ondanks toezeggingen in het verleden, ernstig tekort heeft geschoten in haar controlerende taak. De BOP vindt dat er alsnog en op korte termijn onderzocht moet worden hoe het gesteld is met de bodem rondom de Belt en in de Beltvijver. Meten is weten, weet u nog?

Kees Koudstaal,
fractievoorzitter