juridische wapenwedloop

Marjo | 12-08-2015

Ingezonden brief in de Baarnsche Courant van 12 augustus 2015:

Ik reageer op de brief van CDA-fractievoorzitter Rik van Hardeveld in de BC van 3 augustus jl. In die brief haalt hij in de eerste alinea fors uit naar de omwonenden die bezwaar maakten tegen de komst van de Playfountain en naar de rechter stapten. Van Hardeveld wist toen de afloop nog niet waarbij in overleg een compromis werd bereikt tussen omwonenden, gemeente en initiatiefnemer en hij kende ook de heldere brief nog niet die deze omwonenden naar de leden van de gemeenteraad stuurden.  Op twitter toonde Van Hardeveld vervolgens respect voor de bezwaarmakers vanwege hun buigzaamheid. Het had hem gesierd als hij ook in de BC in een naschrift zijn forse uithaal naar de bezwaarmakers had genuanceerd. Niet alle BC-lezers zitten immers op twitter.

Voor het overige, zo geeft Van Hardeveld op twitter aan, staat zijn brief nog recht overeind. Hij blijft bij zijn stelling dat NIMBY-gedrag ‘zo ontwrichtend kan zijn, dat wij (de Baarnse CDA-fractie, neem ik aan) ervoor gekozen hebben het benoemen en bestrijden van NIMBY-gedrag tot één van onze speerpunten te maken’. Van Hardeveld schuwt de grote woorden niet. Hij wil ten aanval! Hoe?  Door het in gang zetten van een juridische  wapenwedloop. ‘De gemeente moet haar juridische kwaliteit en capaciteit op orde brengen’.  Uiteraard moet de gemeente voldoende en capabele medewerkers hebben (op alle fronten), maar het is de vraag of de gemeente Baarn en haar inwoners in een juridische wapenwedloop verwikkeld moeten raken. Ik ben bang dat zoiets niet bepaald bijdraagt  aan een ontspannen relatie tussen partijen.  De CDA-fractievoorzitter citeert in zijn brief een niet bij name genoemd collega-raadslid die de reactie van het CDA op verondersteld NIMBY-gedrag als ‘minachting van de burger’ kenschetste. Ik voel me aangesproken, al weet ik niet zeker of de heer Van Hardeveld op mij doelt. Er zijn gelukkig meer collega-raadsleden die hun vraagtekens hebben bij de stoere houding die het CDA tentoonspreidt richting inwoners die bezwaar maken tegen collegebesluiten (een democratisch recht). In mijn reactie op het coalitieakkoord in april jl. noemde ik  de door de coalitiepartijen onder aanvoering van het CDA uitgedragen strijd tegen NIMBY-gedrag ‘een motie van wantrouwen tegen de Baarnse inwoners’.  Wat de  “Playfountain-affaire”  in ieder geval leert,  is dat kennis van en begrip voor wederzijdse standpunten alleen kan ontstaan als er tijdig wordt gecommuniceerd, als er een dialoog plaatsvindt,  en als inwoners betrokken worden bij besluitvorming. Een dialoog is echt iets anders dan het ‘al in een vroeg stadium van het proces informeren van inwoners over plannen’, zoals het in het coalitieakkoord staat verwoord. Informeren is namelijk eenrichtingsverkeer.  Misschien is het slechts een kwestie van een ongelukkige formulering en laat de coalitie ruimte voor dialoog. Ik hoop het. Dat lijkt me meer dan de moeite waard.