Inspraak BOP tijdens de gemeenteraadsvergadering van 15/9/2021

“In 1936 hekelde dr. Henri Polak in zijn boek De zoom van het Gooi de woningbouwplannen die het toenmalige Baarnse gemeentebestuur bedacht had voor de aan de Amsterdamsestraatweg gelegen buitenplaats Groeneveld. De in 1868 geboren en in 1943 overleden Polak was niet alleen een vooraanstaand vakbondsbestuurder en prominent lid van de SDAP, hij zette zich ook in voor het behoud van stedenschoon én natuurbescherming. Na een lofzang op de schoonheid van de buitenplaats schrijft Polak: 

Zooeven werd er van gewaagd „zooals het zich daar nu nog vertoont”. Nu nog — want ook boven Groeneveld pakken de wolken zich samen. Het gemeentebestuur van Baarn heeft een uitbreidingsplan doen ontwerpen. Uitbreidingsplannen van gemeenten, in meer of mindere mate rijk aan natuurschoon, zijn maar al te vaak doodvonnissen, over zulk schoon uitgesproken. Zoo is het ook hier. De ontwerper van het rampzalige plan is op de noodlottige gedachte gekomen — of zulks is bij zijn lastgevers geschied — Groeneveld voor bebouwing te bestemmen. […] In de toelichting heet het, als gewoonlijk wanneer zulke destructie wordt beraamd, dat er wel natuurschoon zal behouden blijven en dat de bebouwing een „open” karakter zal dragen. […] Het doodvonnis is nog slechts geconcipieerd. Uitgesproken is het nog niet. De gemeenteraad heeft er zijn goedkeuring aan gehecht. Doch er is nog verzet in eenige instanties mogelijk. Het zal stellig niet uitblijven. Maar ook dan valt het ergste te duchten, want de gestelde machten te s-Gravenhage hebben vooral in den jongsten tijd doen blijken weinig te gevoelen voor het algemeen belang, in den vorm van natuurschoon, doch daarentegen veel voor het bijzondere belang van den grondbezitter, den terrein- en den bouwspeculant.’

De beschrijving van Henri Polak maakt duidelijk dat er met het Ontwerpbestemmingsplan Landgoed Paleis Soestdijk niets nieuws onder de zon is. Op één uitzondering na. Destijds kwam het niet tot uitvoering van destructieve plannen. Sterker nog, in 1938 kwam eerst het park in bezit van Staatsbosbeheer en twee jaar later volgde vrijwel het complete landgoed Groeneveld.

Paleis verkwanseld

Hoe anders men in Den Haag tegenwoordig omgaat met het belang van dit soort bosrijke buitenplaatsen en het instandhouden daarvan, laat het geheel volgens het neo-liberale gedachtegoed vermarkten van het binnen het Natuurnetwerk Nederland gelegen Landgoed Paleis Soestdijk zien. Wij onderzochten de wijze waarop het landgoed middels verkwanseling in bezit kwam van de MeyerBergman Erfgoed Groep en stelden vast dat de verkoopprocedure op z’n zachts gezegd als dubieus gekwalificeerd moet worden. Zo maakte de directeur van het MeyerBergman Erfgoed Groep-onderdeel Westergasfabriek BV deel uit van de in 2014 door oud-VVD-minister van VROM Sybilla Dekker opgezette Ronde Tafel Paleis Soestdijk. Daar stelde de projectontwikkelaar mede de voorwaarden vast waaronder het landgoed in de markt werd gezet. Bovendien werkte Hylkema Consultants, ook onderdeel van de MeyerBergman Erfgoed Groep, mee aan een onderzoek naar de exploitatiemogelijkheden van het paleis en zijn landgoed dat in 2014 in opdracht van het Rijksvastgoedbedrijf werd opgesteld. Het zet de uitspraak van het echtpaar Meijer-Bergmans in het blad Quote, dat zij eerst in oktober 2015 vlak voor de sluitingsdatum van het inleveren van ideeën voor het landgoed vernamen dat het Rijk het paleis en zijn landgoed in de etalage had gezet, in een bijzonder daglicht.

Een artikel van de onderzoeksredactie van NRC Handelsblad, waar de BOP-reconstructie aan ten grondslag lag, vormde voor het Tweede Kamerlid Renske Leijten aanleiding tot het stellen van schriftelijke vragen over de verkoopprocedure en het vervolg daarop. De wijze waarop verantwoordelijk demissionair-CDA-staatssecretaris Raymond Knops die vragen mede namens de demissionair-premier Rutte beantwoordde was zo voorspelbaar dat ze nauwelijks serieus te nemen is. Het was immers deze staatssecretaris die in 2017 zijn handtekening zette onder de akte van levering van het paleis en zijn landgoed aan de MeyerBergman Erfgoed Groep. Een typisch voorbeeld van een slager die zijn eigen vlees keurt.

Dat de aangesproken partijen Rijksvastgoedbedrijf en MeyerBergman Erfgoed Groep niet reageerden op ons onderzoek, het zij zo. Opvallend genoeg volgde er op ons onderzoek ook geen enkele reactie van de gemeenteraad. Natuurlijk, de verkoop van het Landgoed Paleis Soestdijk viel niet onder de verantwoordelijkheid van de gemeenteraad. Zij kan er echter wel wat van vinden! 
Wat mijn fractie betreft hebben we met de MeyerBergman Erfgoed Groep van doen met een paleiseigenaar die op zoek zal blijven gaan naar extra verdienmodellen. Het zal dan ook niet gedaan zijn met wat er nu al aan natuur vijandige plannen op tafel ligt. Overal in het land laten dit soort projectontwikkelaars c.q. evenementenmakelaars zien dat het nooit genoeg is voor ze.
Terecht wordt gezegd dat de plannen voor het Landgoed Paleis Soestdijk door de Rijksoverheid bij de gemeente over de schutting zijn gegooid. Echter, in tal van relevante beleidstukken komt de passage voor, dat de gemeenteraad uiteindelijk het laatste woord heeft. Zij gaat immers over het vaststellen van het bestemmingsplan. Als deze gemeenteraad ook maar een greintje oog heeft voor de belangen van de natuur en die van onze inwoners dan wijst zij het voorliggende ontwerpbestemmingsplan af en daar zijn genoeg planologische gronden voor aan te wijzen.

Terug naar het Rijk

Als de MeyerBergman Erfgoed Groep vervolgens niet bereid is met een wél bij het landgoed passend plan over de brug te komen – en de kans daarop is zo goed als uitgesloten – dan rest de projectontwikkelaar overeenkomstig de in 2017 opgestelde leveringsakte niets anders dan zich te melden bij het Rijksvastgoedbedrijf met de boodschap afstand te willen doen van het landgoed. Die actie stelt de Rijksoverheid in staat terug te komen op zijn eerder gemaakte fout het landgoed te vermarkten. Zoals de landelijk directeur van  Erfgoedvereniging Heemschut het al treffend verwoordde, kan de Rijksoverheid dan afrekenen met het oude denken, te weten projectontwikkeling met winst van publiek erfgoed. Het argument dat de bouwkundige staat van het paleisgebouw geen uitstel verdraagt is echt onzin voorzitter. Hoe vaak er ook gewezen wordt naar afbrokkelend stucwerk, met de bouwkundige staat van het paleis is niets mis.

Vragen voor de wethouder heb ik niet. Mijn fractie heeft in de afgelopen jaren voldoende dossierkennis opgebouwd en de antwoorden die de wethouder in dit dossier pleegt te geven zijn ondertussen genoegzaam bekend. Ze liggen geheel in lijn met die van de MeyerBergman Erfgoed Groep. Bij eerdere gelegenheden en tal van publicaties hebben wij onze standpunten tegen de plannen van de projectontwikkelaar uit en te na voor het voetlicht gebracht. Ze waren wat de raad betreft steeds tegen dovemansoren gericht. Slechts via de sociale media ontlokten ze wat denigrerende opmerkingen van een paar fractievoorzitters.

Vorige week is er tijdens de inspraakavonden door voorstanders van de plannen van de MeyerBergman Erfgoed Groep en het college niet of nauwelijks gereageerd op de dikwijls goed onderbouwde inspraakreacties van verontruste inwoners en natuurorganisaties. Ik heb niet het geringste vermoeden, dat de oren van de voorstanders vanavond wél open zullen staan voor oppositionele geluiden. Daarom houd ik het bij deze inbreng, die u wat mij betreft mag zien als een extra inspraak tegen de vermaledijde plannen die de projectontwikkelaar voorheeft met het Landgoed Paleis Soestdijk. Van onze kant dan ook geen bespreekpunten.”

Kees Koudstaal,
fractievoorzitter


Dit schrijft de Gooi en Eemlander vandaag: