Gelijke monniken, gelijke kappen … zou je denken…

Met het oog op Covid-19 geldt voor de gemeenteraadsvergaderingen een aantal tijdelijke spelregels. Zo is om aan de 1.5 metermaatregel te kunnen voldoen uitgeweken naar het aan de Hilversumsestraatweg gelegen restaurant Groot Kievitsdal. Daar kunnen ook insprekers hun zegje doen over onderwerpen die hen aangaan. In de praktijk werkt het zo. De voorzitter kondigt de inspreker aan. Die neemt vervolgens plaats achter een voor hem/haar gereserveerde en gedesinfecteerde tafel. Hij/zij wordt door de voorzitter uitgenodigd zich voor te stellen en aan te geven uit welken hoofde hij/zij spreekt. Vervolgens laat de voorzitter weten dat voor de inspraak een tijdslimiet geldt van 5 minuten. Zo geschiedde het tijdens de informatieraad van jl. 4 september ook bij de behandeling van het raadsvoorstel “Gewijzigd vaststellen bestemmingsplan Landelijk gebied, Landgoed Pijnenburg”.

Na aangekondigd te zijn door de voorzitter komt de heer Paul Bosch van Drakestein de zaal binnen om plaats te nemen achter de insprekerstafel. Hij geeft aan het woord te voeren als secretaris van de Stichting Natuur en Landschap Lage Vuursche e.o. en steekt zijn verhaal af. Aangezien geen van de aanwezige raadsleden een aanvullende vraag voor de inspreker heeft, wordt hij bedankt door de voorzitter en verlaat hij de vergaderzaal. Over een onderdeel uit de inspraak stelde ik een vraag aan wethouder Jansma. Of de wethouder kan aangeven waar de door de Raad van State gevraagde motivering achter het anders bestemmen van het weiland Overbosch te vinden is in het raadsvoorstel. De wethouder geeft aan die vraag te laten beantwoorden door een jurist die de gemeente in dezen van advies heeft gediend aangezien het hem ontbreekt aan voldoende juridische kennis over dit onderwerp. Daar is op zich niets mis mee – al kun je je afvragen of een wethouder als verantwoordelijk portefeuillehouder niet zelf antwoord kan geven op een politieke vraag – want het college laat zich tijdens informatieraadsvergaderingen wel vaker bijstaan door een ambtenaar of een tijdelijke kracht die speciaal is ingehuurd voor een bepaald traject. Zo laat de wethouder de beantwoording van de vraag over aan mr. Korsse, door hem geïntroduceerd als meeschrijver aan het advies ten aanzien van de bestuurlijke lus. Korsse, die aangeeft mede namens het landgoed Pijnenburg input te hebben geleverd voor het herstelbesluit, neemt uitgebreid de tijd de vraag te beantwoorden en laat onder andere ook weten dat één van de bezwaarmakers, te weten de Stichting Dassenwerkgroep Utrecht & ’t Gooi e.o., resoluut geweigerd heeft om op verzoek van het Landgoed Pijnenburg mee te denken over een oplossing. ‘Zoek het zelf maar uit’ zou de Dassenwerkgroep hebben laten weten. Een aanvechtbare uitspraak van de jurist want uit correspondentie blijkt dat daar geen sprake van is. We komen daar dan ook zeker op terug tijdens de debatraad van komende woensdagavond 9 september. 

Advocaat van de landgoedeigenaar

Maar er is meer, want wat schetst onze verbazing. De dag na de vergadering van afgelopen donderdag ontvingen wij informatie over de positie van mr. Korsse in het verhaal. Hij blijkt de advocaat te zijn die de belangen van de eigenaar van het Landgoed Pijnenburg, de heer Insinger, heeft verdedigd bij de behandeling van het beroep bij de Raad van State en is nog steeds als zodanig werkzaam voor de landgoedeigenaar. Het kan zijn dat de heer Korsse op tijdelijke basis ook als juridisch adviseur is ingehuurd door de gemeente, al valt dat te betwijfelen want de gemeente heeft immers een eigen jurist in dienst die juridische bijstand in dit dossier levert of in elk geval leverde. Het spreekt voor zich dat wij tijdens de raadsvergadering van 9 september het optreden van de heer Korsse nadrukkelijk aan de orde zullen stellen. Daarbij op voorhand al opgemerkt dat wij niet gaan over de woorden die zijn opgetekend uit zijn mond in zijn functie als advocaat van de landgoedeigenaar, maar wel als juridisch adviseur van de gemeente. Zijn ‘juridische’ betoog tijdens de vergadering is niet weersproken door de wethouder en daarmee krijgen ze een politieke lading. Het maakt dat we komende woensdag een aantal prangende vragen hebben te stellen aan de wethouder…

Ondertussen heeft de heer Bosch van Drakestein een formele klacht over de gang van zaken ingediend bij burgemeester Röell. Bij de griffie zal hij een inspraakverzoek indienen voor de komende raadsvergadering. Wij gaan ervan uit dat gelet op de nieuwe omstandigheden die zich hebben voorgedaan na zijn inspraak dat verzoek gehonoreerd zal worden.

Kees Koudstaal,
fractievoorzitter

De wethouder maakt zich geen zorgen. Zal zich op voorhand al gesteund weten door de coalitie… (Baarnsche Courant, 9 september 2020)


Zie ook: 

Theehuis Overbosch, het volgende Baarnse debacle?