BOP vraagt onderzoek naar de huidige staat van De Belt en omgeving

Voorgeschiedenis

In 2007 maakte de Gooi- & Eemlander melding van lekkend gif uit de op de Noordschil gelegen voormalige vuilstortplaats De Belt. Navraag bij de provincie leerde destijds dat de Dienst Water en Milieu in de periode 1999-2004 ter plaatse onderzoek deed naar de kwaliteit van het grondwater. De dienst meldde de gemeente over dat onderzoek: “Het grondwater in de stort is sterk verontreinigd met nikkel, arseen en minerale olie. De monitoring laat zien dat er verspreiding van de verontreiniging in het grondwater heeft plaatsgevonden vanuit de stort (overschrijding van de streefwaarde voor barium en chroom en een enkele gehalogeneerde koolwaterstof).”  Over de afdeklaag van de voormalige vuilstortplaats meldde de dienst dat die ‘over het algemeen licht tot sterk verhoogde gehalten aan enkele zware metalen en PAK-totaal’ (kankerverwekkende stoffen) bevatte. De beschermende afdeklaag bleek zelfs zodanig te zijn afgesleten dat asbesthoudend materiaal bloot was komen te liggen! Op vragen van de BOP meldde het college in 2007 dat nieuw onderzoek inmiddels had aangetoond dat de door de Dienst Water en Milieu geconstateerde verontreiniging zich niet meer voordeed. Op De Belt werd in 2010 een nieuwe deklaag aangebracht en het college zegde toe ‘het allemaal scherp in de gaten te blijven houden’.

Huidige stand van zaken

In het voorstel aangaande de verplaatsing van het aan de Drakenburgerweg gelegen gasontvangstation (GOS), dat in december 2017 in de raad werd behandeld, staat te lezen dat uit bodemmonsters is gebleken dat de grond onder en nabij De Belt ernstig is vervuild. Dit deed bij de BOP opnieuw de alarmbellen rinkelen. Tijdens de raadsvergadering van 6 december jl. kreeg de wethouder dan ook de vraag voorgelegd of de voormalige vuilstortplaats regelmatig wordt gemonitord en wat die onderzoeken aan resultaten te zien gaven. Het antwoord van de wethouder dat in de afgelopen jaren De Belt en zijn omgeving regelmatig zijn gemonitord, bleek later geen hout te snijden. Uit een aan de raad gestuurd memo en uit de beantwoording van daaropvolgende door de BOP schriftelijke gestelde vragen, kwam naar voren dat er na 2007 van monitoring geen sprake is geweest. De in het raadsvoorstel ‘Verplaatsing GOS’ opgenomen mededeling aangaande de situatie op en nabij De Belt: ‘Dat betekent dat de grond ter plaatse waarschijnlijk tot 5m diep, maar in ieder geval tot op de einddiepte van de boringen, i.e. 3,5m, ernstig vervuild is.’ , blijkt gebaseerd te zijn op onderzoek dat in 2017 heeft plaatsgevonden…

Ze stortte men in vroeger dagen

Het zal u niet verbazen dat dit feit de BOP er niet geruster op heeft gemaakt. Ons land telt ongeveer 4.000 voormalige stortplaatsen. In het Advies Nazorg Voormalige Stortplaatsen (NAVOS, 2005) zijn regels opgenomen over hoe om te gaan met stortplaatsen die vóór 1 september 1996 zijn gesloten. In het advies staat onder andere dit te lezen: ‘Verreweg het grootste milieuhygiënische probleem bij voormalige stortplaatsen is de belasting van bodem en (grond)water met stoffen afkomstig uit de stortplaats. Van voormalige stortplaatsen is vaak maar in beperkte mate bekend wat er precies is gestort. Door het heterogene karakter van het gestorte materiaal is onderzoek naar de inhoud moeilijk, wat vaak een reden is om een stortplaats te beschouwen als een ”black box”. Uit de uitgevoerde metingen en literatuurgegevens is echter bekend dat het percolaat van stortplaatsen, ongeacht de samenstelling van het stortmateriaal, altijd hoge concentraties aan verbindingen als ammoniumstikstof, sulfaat en chloride (macroparameters)bevat. Daarnaast treffen wij in het percolaat vrijwel altijd hoge concentraties zware metalen aan en een heel scala aan organische microverontreinigingen.’

Nieuw onderzoek

De kans dat er in en rond de voormalige vuilstort De Belt verspreiding naar de omgeving van vormen van verontreiniging plaatsvindt kan helaas niet worden uitgesloten. Daarom is periodiek monitoren wat de BOP betreft een absolute vereiste. Wij zijn ervan uitgegaan dat het college, gelet op zijn in 2007 gedane belofte ‘het allemaal scherp in de gaten te blijven houden’, dezelfde mening zou zijn toegedaan. Ook de wethouder kwam dit blijkbaar als vanzelfsprekend voor. Immers, zij meldde afgelopen december dat De Belt en de omgeving in de afgelopen jaren regelmatig zijn gemonitord.

Nu er in de afgelopen tien jaar van monitoring blijkbaar geen sprake is geweest en het raadsvoorstel ‘Verplaatsing GOS’ meldt dat uit bodemmonsters is gebleken dat de grond onder en nabij de Belt ernstig is vervuild, mét in het achterhoofd de melding van de Dienst Water en Milieu van ruim tien jaar geleden dat het grondwater in en rond de stort sterk was verontreinigd met nikkel, arseen en minerale olie, lijkt het ons noodzakelijk dat er een nieuw onderzoek wordt uitgevoerd naar de (bodem-)water en grondgesteldheid onder en rond De Belt. Om dit mogelijk te maken dient de BOP op 14 maart 2018 een motie in tijdens de laatste vergadering van deze raadsperiode.

Namens de BOP-fractie,

Kees Koudstaal,
fractievoorzitter