Bezwaren Interbest tegen weigering toestemming reclamemast langs de A1 weerlegd

Vorig jaar september besloot de gemeenteraad geen toestemming te geven aan het bedrijf Interbest een digitale reclamemast te plaatsen langs de A1, omdat zo’n reclamemast strijdig is met het belang van een goede ruimtelijke ordening. De procedure die voorafging aan die weigering verdient misschien niet de schoonheidsprijs, maar het besluit geen ontwerpverklaring van bedenkingen af te geven kwam op een juiste democratische wijze tot stand. Dat Interbest niet blij was met het raadsbesluit is evident en dat het bedrijf daartegen bezwaar aantekende is dan ook niet verwonderlijk. De wet schrijft voor dat de raad in dezen de instantie is die op het ingediende bezwaar middels een nota van zienswijze moet reageren. Via de raadsgriffier is aan het bureau BügelHajema de opdracht gegeven zo’n nota op te stellen. De conclusie van het bureau laat aan helderheid niets te wensen over. De gemeenteraad heeft vorig jaar september op goede gronden besloten geen ontwerp-verklaring van geen bedenkingen af te geven voor het oprichten van een digitale reclamemast langs de A1. Voor een aantal raadsfracties was het weigeren van de toestemming aan Interbest een grote teleurstelling. Als geen andere partij weet de BOP wat het is dit soort bittere pillen te slikken, maar een en ander is inherent aan het politieke bedrijf.

Gewraakte oproep nieuwsbrief Welzijn Baarn

In september is het aan de raad de nota van zienswijze te accorderen, waarna het besluit geen verklaring van bedenkingen af te geven definitief wordt. De suggestie die door sommigen wordt opgeroepen, dat er in september opnieuw over wel of geen reclamemast langs de A1 wordt gediscussieerd in de raad is niet correct. Het besluit daartoe viel al een jaar geleden. Kennelijk aangespoord door een bericht in de Gooi en Eemlander dat inspeelt op die suggestie roept Hans Klijn in zijn hoedanigheid als vrijwilligerscoördinator van de stichting Welzijn Baarn in een nieuwsbrief Baarnse sportverenigingen op volgende maand van zich te laten horen. Dat Klijn, die ook deel uitmaakt van het partijbestuur van VoorBaarn, van mening is dat de mast er wel had moeten komen is zijn goed recht. Dat hij die mening ventileert is ook prima. Dat hij dit doet in een nieuwsbrief van een aan de gemeente gelieerde welzijnsinstelling is echter ongepast.

Kees Koudstaal