276 zorgwethouders ondertekenen brandbrief Jeugdzorg

‘De rek is eruit. Hoewel we ons tot het uiterste willen inzetten voor de kinderen en jongeren in onze steden en dorpen naderen wij de grens van het mogelijke. En u heeft daar een beslissende rol in.’ Zo begint een door 276 wethouders van coalitiepartijen VVD, CDA, D66 en ChristenUnie ondertekende brandbrief die onlangs door de Edense wethouder Leon Meijer (CU) is gestuurd naar het kabinet. Kort samengevat laten de wethouders weten dat het gierend uit de klauwen loopt met de financiering van de Jeugdzorg. In 2015 legde de rijksoverheid die zorg op het bordje van gemeenten, omdat die dichter bij de inwoners staan en dus beter in staat zouden zijn die zorg passend te leveren. Een mooie gedachte, maar die ging wel gepaard met een bezuinigingsmaatregel van maar liefst 450 miljoen euro. Waar het aan ligt ligt het, maar intussen komen meer en meer jongeren in aanmerking voor zorg. Landelijk gezien is er sprake van een stijging van maar liefst twaalf procent en dat brengt voor gemeenten 490 miljoen euro extra kosten met zich mee. Opgeteld bij de eerder toegepaste korting is er landelijk sprake van een structureel jaarlijks tekort van 900 miljoen. 

Ook Baarn wordt geconfronteerd met stijgende kosten voor de Jeugdzorg. Het is dan ook bevreemdend dat de naam van de Baarnse CU-zorgwethouder ontbreekt op de lijst met ondertekenaars van de brandbrief. Los van het feit dat het niet ondertekenen getuigt van weinig solidariteit met zijn collega’s zou het voor het kabinet een signaal kunnen zijn dat het in Baarn wel snor zit met de gelden voor de Jeugdzorg. De praktijk van alledag leert dat daar geen sprake van is en alleen al daarom zou de handtekening van wethouder Van Roshum niet hebben misstaan onder de door zijn collega’s naar Den Haag gestuurde oproep. Om helderheid te verkrijgen over het waarom van het ontbreken van de handtekening van de Baarnse zorgwethouder onder de brandbrief heeft Marjo Stam namens de BOP een aantal schriftelijke vragen gestuurd richting het college.

Kees Koudstaal

de Gelderlander schrijft